Main image
14 oktober
2013
geschreven door Marco Swart

9789081910828Swart & De Schepper heeft een nieuw boek uitgegeven! De bekende Eindhovense advocaten mr. Marco Swart, mr. Martijn de Schepper en mr. Rob Zwanenberg laten zich dagelijks inspireren door actuele gebeurtenissen. Hun verzameling columns zijn nu gebundeld in een boek.

Wie betaalt uiteindelijk de rekening van de slachtoffers van het gezonken cruiseschip De Concordia? Waarom is de term smerige nazi juridisch wel beledigend en klojo niet? Kunnen de thuiszorgmedewerkers van Viva! Zorggroep werkelijk worden ontslagen als ze salarisverlaging weigeren? Waarom kunnen klokkenluiders toch worden ontslagen ook al stellen ze een misstand aan de kaak?

De bekende Eindhovense advocaten mr. Marco Swart, mr. Martijn de Schepper en mr. Rob Zwanenberg laten zich dagelijks inspireren door actuele gebeurtenissen. Het gaat om alledaagse gebeurtenissen die iedereen van ons kan overkomen. Variërend van de aankoop van dodelijke anti-rimpelcrème tot de letselschade die acteur Christoph Waltz opliep na de val van een paard en de groepsaansprakelijkheid na de geweldsuitbarsting in Haren. Carnaval leent zich uitstekend om het verschil uit te leggen tussen eenmanszaken, vennootschappen onder firma’s en rechtspersonen, want vergelijkbaar met respectievelijk Prins Carnaval, de Raad van Elf en de Carnavalsvereniging.

Met deze bundeling willen we u laten zien dat het recht minder ondoorgrondelijk is dan vaak op het eerste gezicht lijkt. En dat de drempel om uw recht te halen minder hoog is dan vaak wordt gedacht. Bovendien leveren de auteurs in de columns een groot aantal praktische tips.

U kunt alvast een indruk krijgen van de titels van de blogs in het boek, klikt u hier. Vanaf 14 oktober 2013 is deze bundeling verkrijgbaar bij de boekhandels en bij Bol.com!

15 juni
2013
geschreven door Marco Swart

FyraIn 2004 sluiten Nederlandse Spoorwegen een koopovereenkomst met het Italiaanse bedrijf AnsaldoBreda. Voor 21 miljoen euro per stuk koopt NS 16 treinstellen Fyra. Er zijn inmiddels 9 treinstellen betaald en geleverd. Ze zouden in 2007 gaan rijden. Pas op 9 december 2012 worden de treinstellen in gebruik genomen.

Van de 9 treinstellen konden er maar twee getest worden. De rest stond met schade aan de kant: twee met winterschade, een met brandschade na een vlamvattende accu, een vanwege grootschalige problemen met deuren, twee vanwege te veel vibraties tijdens het rijden en een vanwege tractieproblemen. In totaal zijn er 26 problemen gevonden. In een beoordeling kregen de twee treinstellen 1157 en 2019 strafpunten. Dat mogen er 10 zijn. De laatste rit van de Fyra was op 17 januari 2013.

NS willen nu met dit project stoppen. Dat levert tal van juridische vragen op: Welk recht is van toepassing, welke rechter zal bevoegd zijn, op welke wijze kan het contract worden verbroken, welke schade zal gevorderd kunnen worden? De verhaalbaarheid van de schade op de leverancier is ook een punt van zorg.

Naar Nederlands recht is een contract onder meer door ontbinding te beëindigen. Dan moet sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de overeengekomen verplichtingen. De leverancier moet eerst de kans krijgen alsnog binnen redelijke termijn deugdelijk te leveren. Hij kan ontbinding weigeren als de tekortkoming ‘door haar aard of geringe betekenis’ de gevolgen ervan niet rechtvaardigt. Voor NS lijkt dit een inkoppertje.

Partijen waren vrij over dit alles andere afspraken te maken dan wettelijk als uitgangspunt is geregeld. Het is te hopen dat NS haar belangen en die van de Nederlandse staat contractueel wel deugdelijk heeft beschermd.

15 mei
2013
geschreven door Marco Swart

vermistOud-volleybalster en recordinternational Ingrid Visser en haar vriend Lodewijk Severein zijn op 21 mei voor het laatst gezien in de Spaanse stad Murcia. Sindsdien zijn ze spoorloos. Hopelijk zijn ze als u dit leest levend terecht.

In Nederland worden jaarlijks tussen 16.000 en de 20.000 mensen als vermist bij de politie opgegeven. Ongeveer 20 van hen blijven langer dan een jaar vermist.

Een vermissing is voor de achterblijvers een heftige emotionele gebeurtenis. Ook juridisch zijn de gevolgen ingrijpend. Zolang niet juridisch is vastgesteld dat de vermiste is overleden, is er geen grond om het huwelijk met de vermiste te ontbinden of diens erfenis te verdelen. Levensverzekeringen gaan vaak niet tot uitkering over. Als de vermiste een eigen zaak heeft kunnen problemen ontstaan over de zeggenschap en het bestuur van de onderneming.

Het Burgerlijk Wetboek behandelt de juridische gevolgen van ‘personen wier bestaan onzeker is’. In beginsel kan de rechter pas vijf jaar na vermissing een ‘rechtsvermoeden van overlijden’ uitspreken. Dat gebeurt wanneer de vermiste niet voor de Rechtbank verschijnt na daartoe in het openbaar te zijn opgeroepen. De dag na deze ‘laatste tijding van zijn leven’ geldt dan als de dag van zijn vermoedelijke overlijden.

Sinds de Vliegramp op Tenerife in 1977 is verkorting van deze periode mogelijk. Met name als van vermissing sprake is na bijvoorbeeld een natuurramp, een schipbreuk of een vliegtuigcrash. Hopelijk hoeven de dierbaren van Visser en Severein deze juridische opties niet te benutten.

Een ondernemer kan op zulke situaties anticiperen met een voorwaardelijke volmacht. Hierin kan hij/zij vastleggen dat onder welomschreven voorwaarden, zoals langdurige vermissing, de verkrijger van de volmacht het recht krijgt om namens hem/haar te handelen.

26 april
2013
geschreven door Marco Swart

koningsliedComponist John Ewbank kwam onder stevig kritiek te liggen. Aanleiding waren de tenenkrommende teksten in het officiële Koningslied. Vanwege de publieke spot liet hij weten het lied in te trekken. Het Nationaal Comité Inhuldiging besloot anders: het lied blijft.

John Ewbank werkte niet als enige aan het lied. Hij componeerde slechts de melodie. De massaal verguisde tekst werd door onder anderen Daphne Dekkers samengesteld uit inzendingen vanuit het Nederlandse publiek. De meewerkende artiesten kunnen zich beroepen op hun zogeheten Naburige Rechten.

Juridisch hebben de componist, de tekstschrijvers en de meewerkende artiesten waarschijnlijk niets meer over het Koningslied te zeggen. Het Nationaal Comité heeft als opdrachtgever vermoedelijk vooraf het auteursrechtelijke eigendom over het lied bedongen, en dus de volledige zeggenschap. De makers van het lied hebben dan  nauwelijks nog inspraak over de verveelvoudiging en de publicatie ervan.

Dat het volledige eigendom over de auteursrechten waarschijnlijk in handen is van het Nationaal Comité is nog geen vrijbrief om alles met dat lied te mogen doen. De makers houden hoe dan ook hun persoonlijkheidsrechten. Zij mogen het lied verbieden als het bijvoorbeeld wordt verminkt, gewijzigd of zonder naam van de auteurs openbaar wordt gemaakt. Parodieën op het lied moeten zij wel verdragen.

Het is een jammerlijk gemiste kans dat de makers de hun toegekende bevoegdheid niet hebben gebruikt: “Heeft de maker van het werk het auteursrecht overgedragen dan blijft hij bevoegd in het werk zodanige wijzigingen aan te brengen als hem naar de regels van het maatschappelijk verkeer te goeder trouw vrijstaan” (art. 25, lid 4 Auteurswet). Hun recht om de vele taalfouten te herstellen hebben de makers helaas niet gegrepen.

28 maart
2013
geschreven door Marco Swart

verkeersongevalMemphis van Veen stak op vrijdagochtend 15 maart 2013 met haar scooter bij een verkeerslicht de Noord Brabantlaan in Eindhoven over. Het licht stond op groen. De 18-jarige studente Verpleegkunde werd ter hoogte van de busbaan gegrepen door een onopvallende politieauto met zwaailicht en sirenes. Memphis overleed ter plaatse. 

De rijksrecherche en het politiekorps Zeeland en West-Brabant onderzoeken de oorzaak van dit dodelijke ongeluk. De juridische vraag is of de bestuurder van de auto, van een arrestatieteam, voor de gevolgen van dit ongeluk aansprakelijk is.

Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) bepaalt dat weggebruikers zoals Memphis voorrang moeten geven aan de bestuurders van een zogenoemd voorrangsvoertuig. Ook als ‘hun’ licht op groen staat.  Bovendien zijn politieauto’s vrijgesteld van het RVV. Toch lijkt de politie in dit geval wel aansprakelijk.

Bestuurders van politie- en brandweerauto’s en ambulances hebben weliswaar altijd voorrang wanneer zij zwaailicht en sirenes voeren. Maar het is ook hen wettelijke verboden ‘zich zodanig te gedragen dat een verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander gedood wordt’. Sterker, uit vaste rechtspraak blijkt dat van hen extra oplettendheid wordt verwacht. Evenmin mogen zij grotere risico’s nemen dan ter plaatse aanvaardbaar is.

Ooggetuigen hebben verklaard dat twee onopvallende politieauto’s ter hoogte van de kruising erg hard reden. Eén ervan is blijkbaar gestopt, maar de auto die het ongeluk veroorzaakte, hield onverminderd een hoge snelheid aan. Het is de vraag waarom de bestuurder van deze laatste bij het voor hem rode verkeerslicht niet – althans niet zichtbaar – rekening heeft gehouden met mogelijk kruisend verkeer. Geen enkele noodoproep rechtvaardigt roekeloos rijgedrag met een aanzienlijke kans op een dodelijke afloop.

Previous